Ezechiël
  Ezechiël geroepen (1:1-3:15)
Ezechiël als wachter aangesteld (3:16-21)
De val van Jeruzalem aangekondigd (3:22-5:17)
Israël getroffen door het zwaard (6:1-14)
Het einde komt (7:1-27)
Visioen in de tempel van Jeruzalem (8:1-11:25)
Een teken voor het opstandige volk (12:1-20)
Ezechiël en de andere profeten (12:21-14:11)
Het lot van Jeruzalem (14:12-23)
Het hout van de wijnstok (15:1-8)
Jeruzalems ontrouw (16:1-63)
De adelaars en de wijnstok (17:1-24)
Wie rechtvaardig handelt, zal leven (18:1-32)
De leeuwin en de wijnstok (19:1-14)
Israël opstandig en ontrouw (20:1-44)
Het goddelijk zwaard (21:1-37)
Oordeel over Jeruzalem (22:1-31)
Ohola en Oholiba (23:1-49)
De kookpot (24:1-14)
Een plotselinge slag (24:15-27)
Profetie tegen de volken die Israël omringen (25:1-17)
Profetie tegen Tyrus (26:1-28:19)
Profetie tegen Sidon (28:20-26)
Profetie tegen Egypte (29:1-32:32)
Ieder mens naar zijn daden beoordeeld (33:1-20)
Ezechiël niet langer stom (33:21-22)
Het onheil komt (33:23-33)
De slechte herders en de goede herder (34:1-31)
Profetie over het Seïrgebergte en de bergen van Israël (35:1-36:15)
Omwille van mijn heilige naam (36:16-38)
Een dal vol beenderen (37:1-14)
Eén God, één volk, één herder (37:15-28)
Gogs leger vernietigd (38:1-39:29)
De nieuwe tempel (40:1-5)
De oostpoort (40:6-16)
De buitenhof (40:17-19)
De noordpoort (40:20-23)
De zuidpoort (40:24-27)
De binnenste zuidpoort (40:28-31)
De binnenste oostpoort (40:32-34)
De binnenste noordpoort (40:35-37)
De offerruimtes (40:38-47)
Binnen in de tempel (40:48-41:4)
De buitenkant van de tempel (41:5-11)
Het gebouw achter de tempel (41:12-15)
Inrichting van de tempel (41:16-26)
De ruimten voor de priesters (42:1-14)
Het tempelcomplex als geheel (42:15-20)
De verschijning van de HEER keert terug in de tempel (43:1-12)
Het altaar (43:13-17)
Inwijding van het altaar (43:18-27)
Toegang tot de tempel (44:1-9)
De Levieten (44:10-14)
De Levitische priesters (44:15-31)
Verdeling van de grond (45:1-9)
Belastingen (45:10-17)
Feesten en offers (45:18-46:15)
Grondbezit van de vorst (46:16-18)
De offerkeukens (46:19-24)
De rivier uit de tempel (47:1-12)
De grenzen van het land (47:13-20)
De verdeling van het land (47:21-48:29)
De heilige stad (48:30-35)