Marcus
  Het evangelie volgens Marcus (1:1-15)
Simon, Andreas, Jakobus en Johannes geroepen (1:16-20)
Een nieuwe leer met gezag (1:21-45)
Jezus’ gezag betwist (2:1-3:6)
Jezus, de menigte en zijn leerlingen (3:7-19)
Jezus, de schriftgeleerden en zijn verwanten (3:20-35)
Gelijkenissen over het koninkrijk van God (4:1-34)
Vijf confrontaties: geloof en ongeloof (4:35-6:6)
Uitzending van de twaalf leerlingen (6:7-13)
De dood van Johannes (6:14-29)
Het teken van de broden (6:30-44)
Naar de overkant van het meer (6:45-56)
Rein en onrein (7:1-23)
Naar Tyrus, Sidon en Dekapolis (7:24-37)
Het tweede teken van de broden (8:1-21)
Genezing van een blinde (8:22-26)
Wie is Jezus? (8:27-9:1)
Een stem uit de hemel (9:2-13)
Geloof en ongeloof (9:14-29)
Onderricht aan de leerlingen (9:30-50)
Twistgesprek met Farizeeën (10:1-12)
Binnengaan in het koninkrijk van God (10:13-31)
Op weg naar Jeruzalem (10:32-52)
Intocht in Jeruzalem (11:1-11)
De vijgenboom en de tempel (11:12-25)
Confrontatie met hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten (11:27-12:12)
Confrontatie met Farizeeën, Herodianen en Sadduceeën (12:13-34)
Onderricht in de tempel (12:35-44)
De komst van de Mensenzoon (13:1-37)
Jezus met kostbare olie gebalsemd (14:1-11)
Het pesachmaal (14:12-31)
Nachtwake en arrestatie (14:32-52)
Jezus verhoord en verloochend (14:53-72)
Jezus voor Pilatus (15:1-15)
Kruisiging (15:16-39)
Graflegging (15:40-47)
Het lege graf (16:1-8)
Na de opstanding (16:9-20)