index boek
vorige
volgende
 
 

Spreuken  6: 1-19
Waarschuwingen wijzen de weg door het leven

[6] 1 Mijn zoon, als je borg staat voor een ander,
hem dat met handslag hebt beloofd,
2 als je aan je woord gebonden bent,
vastgeketend zit aan je belofte –
3 bevrijd je dan, mijn zoon,
want die ander heeft je in zijn greep.
Vooruit, vat moed, ga op hem af,
4-5 ga niet slapen, gun jezelf geen rust
voordat je je van hem hebt losgemaakt,
zoals een gazelle ontkomt aan de jager,
een vogel ontsnapt aan de vogelaar.

6 Ga naar de mieren, luiaard,
kijk hoe ze werken en word wijs.
7 Hoewel er onder hen geen leider is,
geen aanvoerder, geen koning,
8 halen ze in de zomer voedsel binnen,
leggen ze in de oogsttijd een voorraad aan.
9 Hoe lang nog, luiaard, zul je blijven slapen,
wanneer kom je uit bed?
10 Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten,
een ogenblik nog blijven liggen?
11 Armoede overvalt je als een struikrover,
gebrek slaat je neer als een bandiet.

12 Een kwaadaardig mens, een onbetrouwbaar iemand,
strooit voortdurend leugens rond.
13 Hij knijpt heimelijk zijn oog dicht,
geeft een tikje met zijn voet, een verborgen vingerwijzing.
14 Zo iemand zit vol leugen en bedrog, is altijd uit op kwade zaken,
zaait voortdurend tweedracht.
15 Daarom gaat hij plotseling ten onder,
daarom komt hij ten val, in een oogwenk,
en hij komt het niet te boven.

16 Zes dingen haat de HEER,
zeven dingen zijn hem een gruwel:
17 ogen die hooghartig kijken en een tong die liegt,
handen die onschuldig bloed vergieten
18 en een hart dat op het kwade zint,
voeten die zich naar de misdaad reppen
19 en getuigen die bedriegen, altijd liegen,
en zij die stoken tussen broers.
index boek
vorige
volgende



Martine Cammeraat (1983)
uit Waddinxveen
Student
Goed initiatief!
Favoriete bijbeltekst
Hij die u roept is trouw en doet zijn belofte gestand (1 Tessalonicenzen 5:24)
   1 Tessalonicenzen: Aansporingen (4:1-5:28)
PERIKOOP PRINTEN