|
|

 
|
|
| |

Jeremia
1: 1-3
Jeremia

[1] 1 Hier volgen de woorden van Jeremia, de zoon van Chilkia, afkomstig uit een priestergeslacht uit Anatot in het gebied van Benjamin. 2 De HEER richtte zich tot hem in het dertiende jaar dat koning Josia, de zoon van Amon, over Juda regeerde. 3 Ook sprak hij tot hem tijdens de regering van koning Jojakim, de zoon van Josia, en in de jaren daarna, tot het einde van het elfde regeringsjaar van Sedekia, de zoon van Josia. In de vijfde maand van dat jaar werd Jeruzalem in ballingschap gevoerd.
|
|
|
 |


 |
|
Marjoke van Veelen-Vreugdenhil (1958)
uit Nieuwerkerk aan den IJssel
Verzorgende
|
|
Ik houd van (voor)lezen uit mijn meest favoriete boek: de (nieuw vertaalde) Bijbel.
|
|
|
|