|
|

 
|
|
| |

Jeremia
45: 1-5
Baruchs leven gespaard

[45] 1 In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, toen Baruch, de zoon van Neria, in een boekrol schreef wat Jeremia hem dicteerde, sprak de profeet de volgende woorden tot hem: 2 ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël, tegen jou, Baruch: 3 Je hebt gezegd: “Wee mij, de HEER heeft mijn leed met leed vermeerderd, moe ben ik van zuchten, rust vond ik niet.” 4 Maar dit zegt de HEER tegen jou: Wat ik gebouwd heb, breek ik af, wat ik geplant heb, ruk ik uit, dat hele land. 5 Zou jij dan voor jezelf naar iets bijzonders streven? Doe dat niet, want ik zal onheil brengen over al wat leeft – spreekt de HEER -, maar jou laat ik je leven behouden, waar je ook naartoe gaat.’
|
|
|
 |


 |
|
Kees Schuurman
uit Almere
Eindredacteur radioprogramma IKON Zondagavond
|
|
|
|
|
|