index boek
vorige
volgende
 
 

Jeremia  52: 31-34
Gratie voor Jojachin

31 In het zevenendertigste jaar van de ballingschap van koning Jojachin van Juda, op de vijfentwintigste dag van de twaalfde maand, verleende koning Ewil-Merodach van Babylonië hem gratie ter gelegenheid van zijn troonsbestijging en ontsloeg hij hem uit de gevangenis. 32 Koning Ewil-Merodach verzekerde hem van zijn welwillendheid en bevoorrechtte hem boven de andere koningen die gedwongen in Babel verbleven. 33 Jojachin hoefde niet langer gevangeniskleren te dragen en werd voor de rest van zijn leven aan het hof opgenomen. 34 In zijn dagelijks onderhoud werd voortaan door de koning van Babylonië voorzien, zijn leven lang.

index boek
vorige
volgende



Piet Houtman (1941)
uit Maassluis
PERIKOOP PRINTEN