index boek
vorige
volgende
 
 

Ezechiël  40: 6-16
De oostpoort

6 De man ging naar de oostpoort, liep de trappen op en mat de drempel van de poort: 1 stok breed. Ook de andere drempel was 1 stok breed. 7 Alle wachtvertrekken waren 1 stok diep en 1 stok breed en ze bevonden zich 5 el van elkaar. Ook de drempel naar de voorhal aan de tempelkant was 1 stok breed. 8 Hij mat de voorhal van de poort aan de tempelkant: 1 stok. 9 Hij mat de voorhal van de poort: 8 el, en de muurpijlers ervan waren 2 el; de voorhal van de poort lag aan de tempelkant. 10 In deze oostpoort bevonden zich aan weerskanten drie wachtvertrekken, alle van gelijke grootte. Ook de muurpijlers aan weerskanten waren even groot. 11 Hij mat de breedte van de opening van de poort: 10 el; de poort was in totaal 13 el breed. 12 Voor elk wachtvertrek bevond zich een afscheiding van 1 el, en ook aan de andere kant waren er afscheidingen van 1 el. De wachtvertrekken aan weerskanten maten 6 el. 13 Toen mat hij de poort, vanaf de dakhoek van een wachtvertrek tot aan de dakhoek van het tegenoverliggende wachtvertrek: 25 el breed. De toegangen tot de wachtvertrekken lagen tegenover elkaar. 14 Hij mat de muurpijlers: 60 el. De voorhof sloot aan op de muurpijlers van de poort. 15 De afstand van de buitenste toegang tot de voorhal aan de binnenkant van de poort bedroeg 50 el. 16 In de wachtvertrekken en op hun muurpijlers, binnen in de poort, waren overal tralievensters aangebracht. Ditzelfde gold ook voor de voorhallen: vensters rondom aan de binnenkant. En alle muurpijlers waren voorzien van palmetten.

index boek
vorige
volgende



Christiaan Cziria (1973)
uit Rijnsburg
PERIKOOP PRINTEN