index boek
vorige
volgende
 
 

Job 26:1-27:23
Jobs antwoord op Bildads derde betoog

[26] 1 Hierop antwoordde Job:

2 ‘Heb jij dan hulp geboden aan de machteloze,
heb jij de arm gesteund die het aan kracht ontbrak?
3 Wat heb jij tegen hem gezegd die de wijsheid mist,
heb jij goede raad gegeven aan de onervarenen?
4 En wie heeft jou je woorden ingefluisterd,
wiens geest spreekt door jouw mond?
5 De schimmen worden aan het sidderen gebracht,
de onderaardse wateren en hun bewoners.
6 Het dodenrijk ligt open voor hem:
niets in de afgrond blijft verborgen.
7 Hij strekt het noorden uit boven de woeste leegte,
en hangt de aarde op – boven het niets.
8 Hij laat de wolken zwellen van het water,
maar ze splijten niet onder hun gewicht.
9 Hij bedekt de aanblik van zijn troon
en spreidt er een wolk over uit.
10 Hij trekt een cirkel rond de wateren,
langs de verste grens van licht en duisternis.
11 De hemelzuilen schudden heen en weer
en zijn verbijsterd, zo vervaarlijk is hij.
12 Met zijn kracht doet hij de zee bedaren
en met zijn vaardigheid verdelgt hij Rahab.
13 Met zijn adem blaast hij de hemel schoon,
zijn hand doorboort de kronkelende slang.
14 En dat is nog maar het minste van zijn kunnen;
wij vangen van zijn woorden slechts gefluister op.
Wie kan de donder van zijn kracht bevatten?’

[27] 1 Job zette zijn betoog voort:

2 ‘Ja! God heeft mij mijn recht onthouden,
de Ontzagwekkende heeft mij diep verbitterd.
3 Zolang het leven in mij ademt,
zolang Gods geest mij nog doortrekt,
4 zullen mijn lippen geen onwaarheid spreken,
zal geen leugen aan mijn tong ontsnappen.
5 Het laatst van al zal ik jullie gelijk erkennen,
tot aan mijn dood houd ik mijn onschuld staande.
6 Ik blijf bij mijn rechtschapenheid, tot het einde toe,
over mijn leven heb ik mijzelf niets te verwijten.
7 Laat men mijn vijand een goddeloze noemen,
mijn tegenstander als boosdoener beschouwen.
8 Waarop kan de misdadiger hopen,
wanneer God zijn levensdraad afsnijdt
en hem de stilte van de dood oplegt?
9 Zal God zijn angstkreet horen,
als hij door rampspoed wordt getroffen?
10 Kan hij zich toevertrouwen aan de Ontzagwekkende,
kan hij zijn hulp inroepen wanneer hij maar wil?

11 Nu zal ik jullie onderrichten namens God,
ik zal niet verhullen wat de Ontzagwekkende van plan is.
12 Jullie denken alles al gezien te hebben,
maar toch zijn jullie woorden leeg en niets dan lucht!
13 Dit is wat de goddeloze toevalt van Godswege,
dit beschikt de Ontzagwekkende voor de onderdrukker:
14 Al zijn zijn kinderen nog zo talrijk, allen wacht het zwaard,
geen van zijn nakomelingen zal ooit tot welstand komen.
15 Hen die overleven draagt de pest ten grave,
en geen van de weduwen zal over hen rouwen.
16 Al hoopt hij zilver op alsof het stof is,
en al vergaart hij kleren alsof het leem is –
17 hoeveel hij er ook vergaart: de rechtvaardige zal ze dragen
en het zilver zal aan de onschuldige toevallen.
18 Zijn huis is broos als het omhulsel van een mot,
wankel als de hut van een wachter in het veld.
19 Rijk gaat hij slapen – voor het laatst:
wanneer hij zijn ogen opent, is zijn bezit vergaan.
20 Een vloed van verschrikkingen overvalt hem,
’s nachts sleurt een wervelstorm hem mee.
21 De oostenwind neemt hem op – en hij is spoorloos,
weggeslingerd van zijn plaats.
22 God gaat zonder mededogen tegen hem tekeer,
al probeert hij te ontsnappen uit zijn greep.
23 Zijn ondergang wordt met gejoel begroet,
waar hij vroeger woonde wordt hij nagefloten.’
index boek
vorige
volgende



Harmen Folkers (1981)
uit Rotterdam
Student
Unieke gebeurtenis, waar een prachtige vertaling van de bijbel gepresenteerd wordt, dat mag ik niet missen natuurlijk.
PERIKOOP PRINTEN