|
|

 
|
|
| |

Psalmen
11: 1-7
Psalmen

[11] 1 Voor de koorleider. Van David.
Schuilen doe ik bij de HEER. Hoe kunnen jullie dan zeggen: ‘Vogel, vlieg weg naar de bergen! 2 Zondaars spannen de boog en leggen hun pijlen al op de pees om de oprechte in het duister te treffen. 3 Wat kan een rechtvaardige anders doen, als de grond onder alles wegzinkt?’
4 De HEER in zijn heilig paleis, de HEER op zijn troon in de hemel, met aandacht beziet hij en fronsend keurt hij de mensen op aarde.
5 De HEER keurt rechtvaardigen en zondaars. Wie het geweld liefhebben, haat hij. 6 Vuur en zwavel stort hij over hen uit, storm drinken zij uit de beker die hij aanreikt. 7 Rechtvaardig is de HEER, hij heeft rechtvaardigheid lief. De oprechte zal zijn gelaat aanschouwen.
|
|
|
 |


 |
|
Gijs Zomer (1952)
uit Hoogland
Predikant
|
|
Ik houd van de bijbel en zie uit naar de NBV.
|
|
|
|