|
|

 
|
|
| |

Psalmen
12: 1-9
Psalmen

[12] 1 Voor de koorleider. Op de wijs van De achtste. Een psalm van David.
2 Grijp in, HEER! Niemand is nog trouw, geen mens spreekt nog waarheid. 3 Ze beliegen elkaar allemaal, vals en verraderlijk is hun woord.
4 HEER, snijd hun valse tongen af, snoer de monden vol grootspraak 5 die zeggen: ‘Met onze tong zijn we sterk, onze mond helpt ons, wie kan ons aan?’
6 Zwakken en armen zuchten onder het geweld – ‘Om hen sta ik op,’ zegt de HEER, ‘ik breng de redding die zij verlangen.’ 7 De woorden van de HEER zijn zuiver als zilver, gesmolten in de smeltkuil, gelouterd tot zevenmaal toe.
8 Behoed hen, HEER, bescherm hen steeds tegen dat volk. 9 Overal sluipen verraders rond en onder de mensen verbreidt zich het kwaad.
|
|
|
 |


 |
|
Marja Zomer-Hordijk (1953)
uit Hoogland
Radio-diagnostisch laborante
|
|
Wat ik al gelezen heb van de nieuwe vertaling vind ik prachtig. Iedereen moet die lezen of horen.
|
|
|
|