index boek
vorige
volgende
 
 

Psalmen  16: 1-11
Psalmen

[16] 1 Een stil gebed van David.

Behoed mij, God, ik schuil bij u.

2 Ik zeg (16:2) Ik zeg
– Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en de Septuaginta. MT: ‘Jij zegt’.
tot de HEER: ‘U bent mijn Heer,

mijn geluk, niemand gaat u te boven.’
3 Maar tot de goden in dit land,
de machten die ik vereerd heb, zeg ik:
4 ‘Wie u volgt, wacht veel verdriet.’
Ik pleng voor hen geen bloed meer,
niet langer ligt hun naam op mijn lippen.

5 HEER, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
u houdt mijn lot in handen.
6 Een lieflijk land is voor mij uitgemeten,
ik ben verrukt van wat mij is toebedeeld.

7 Ik prijs de HEER die mij inzicht geeft,
zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.
8 Steeds houd ik de HEER voor ogen,
met hem aan mijn zijde wankel ik niet.

9 Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,
mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.
10 U levert mij niet over aan het dodenrijk
en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.
11 U wijst mij de weg naar het leven:
overvloedige vreugde in uw nabijheid,
voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.
index boek
vorige
volgende



Marja Zomer-Hordijk (1953)
uit Hoogland
Radio-diagnostisch laborante
Wat ik al gelezen heb van de nieuwe vertaling vind ik prachtig. Iedereen moet die lezen of horen.
PERIKOOP PRINTEN