| |

Psalmen
61: 1-9
Psalmen

[61] 1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. (61:1) Bij snarenspel – Ook mogelijk is de vertaling: ‘Op de wijs van Neginat’. Van David.
2 Hoor, o God, mijn smeken, sla acht op mijn gebed, 3 van het einde der aarde roep ik u aan, want mijn hart bezwijkt. Breng mij op de rots hoog boven mij, 4 u bent altijd mijn schuilplaats geweest, een toren te sterk voor de vijand.
5 Laat mij altijd wonen in uw tent, veilig verscholen onder uw vleugels, sela 6 u hoort mijn geloften, God, u beloont wie uw naam vereren.
7 Voeg dagen toe aan de dagen van de koning, dat zijn jaren duren van geslacht op geslacht. 8 Wil zijn troon altijd beschermen, God, laten trouw en waarheid over hem waken. 9 Dan zal ik uw naam voor altijd bezingen, en mijn geloften volbrengen, dag na dag.
|