|
|

 
|
|
| |

Psalmen
95: 1-11
Psalmen

[95] 1 Kom, laten wij jubelen voor de HEER, juichen voor onze rots, onze redding. 2 Laten wij hem naderen met een loflied, hem toejuichen met gezang.
3 De HEER is een machtige God, een machtige koning, boven alle goden verheven. 4 Hij houdt in zijn hand de diepten der aarde, de toppen van de bergen behoren hem toe, 5 van hem is de zee, door hem gemaakt, en ook het droge, door zijn handen gevormd.
6 Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding, knielen voor de HEER, onze maker. 7 Ja, hij is onze God en wij zijn het volk dat hij hoedt, de kudde door zijn hand geleid.
Luister vandaag naar zijn stem: 8 ‘Wees niet koppig als bij Meriba, als die dag bij Massa, in de woestijn, 9 toen jullie voorouders mij op de proef stelden, mij tartten, al hadden ze mijn daden gezien.
10 Veertig jaar voelde ik weerzin tegen hen. Ik zei: “Het is een stuurloos volk dat mijn wegen niet wil kennen.” 11 En ik zwoer in mijn woede: “Nooit gaan zij mijn rustplaats binnen!”’
|
|
|
 |


 |
|
Jaap Almekinders (1952)
uit Enschede
Militair
|
|
Hier word ik spontaan enthousiast van.
|
|
|
|