|
|

 
|
|
| |

Psalmen
99: 1-9
Psalmen

[99] 1 De HEER is koning – volken, beef! Hij troont op de cherubs – aarde, sidder! 2 Groot is de HEER op de Sion, verheven is hij boven alle volken. 3 Uw naam moeten zij loven, zo groot en geducht. Heilig is hij.
4 Machtige koning, die het recht bemint: u stelde rechtvaardige wetten vast. Recht en gerechtigheid in Jakob: ze zijn uw werk. 5 Breng hulde aan de HEER, onze God, en buig u neer aan zijn voeten. Heilig is hij.
6 Mozes en Aäron waren zijn priesters, ook Samuël riep zijn naam. Riepen zij tot de HEER, hij antwoordde; 7 in de wolkkolom sprak hij hen toe en zij onderhielden zijn geboden, de wet die hij hun gaf.
8 HEER, onze God, u hebt hun geantwoord. U was voor hen een God van vergeving en een God die hun misdaden strafte. 9 Breng hulde aan de HEER, onze God, en buig u neer voor zijn heilige berg. Heilig is de HEER, onze God.
|
|
|
 |


 |
|
Janneke Almekinders (1985)
uit Rotterdam
Student
|
|
|
|
|
|