|
|

 
|
|
| |

Psalmen
101: 1-8
Psalmen

[101] 1 Van David, een psalm.
Ik wil zingen over trouw en recht in een lied voor u, o HEER, 2 nadenken over de volmaakte weg – wanneer zult u bij mij komen?
Ik handel met een zuiver hart, ook in mijn paleis, 3 niets staat mij voor ogen wat boosaardig is.
Gedraai, ik haat het, ik laat mij er niet mee in, 4 sluwheid houd ik ver van mij, het kwaad wil ik niet kennen.
5 Wie heimelijk een vriend belastert, leg ik het zwijgen op, een trotse blik, een aanmatigend hart verdraag ik niet.
6 Mijn oog zoekt de getrouwen in het land, met hen wil ik mijn woning delen. Wie de volmaakte weg bewandelt, mag mij dienen.
7 In mijn paleis is geen plaats voor wie liegt en bedriegt, wie onwaarheid spreekt komt mij niet onder ogen.
8 De schuldigen in het land breng ik elke morgen tot zwijgen, uit de stad van de HEER verdrijf ik allen die onrecht begaan.
|
|
|
 |


 |
|
Janneke Almekinders (1985)
uit Rotterdam
Student
|
|
|
|
|
|