index boek
vorige
volgende
 
 

Psalmen  110: 1-7
Psalmen

[110] 1 Van David, een psalm.

De HEER spreekt tot mijn heer:
‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
ik maak van je vijanden
een bank voor je voeten.’

2 Uit Sion reikt de HEER u
de scepter van de macht,
u zult heersen over uw vijanden.
3 Uw volk staat klaar op de dag dat u ten strijde trekt.
Op de heilige bergen, (110:3) Op de heilige bergen
– Volgens sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen. MT: ‘In heilige pracht’.
uit de schoot van de dageraad,

komt tot u de dauw van uw jeugd. (110:3) van uw jeugd
– Sommige Hebreeuwse handschriften en oude vertalingen lezen: ‘ik heb u verwekt’.


4 De HEER heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug:
‘Je bent priester voor eeuwig,
zoals ook Melchisedek was.’ (110:4) zoals ook Melchisedek was
– Ook mogelijk is de vertaling: ‘rechtmatig koning volgens mijn besluit’.


5 De Heer aan uw rechterhand
verplettert koningen op de dag van zijn toorn.
6 Hij berecht de volken,
verplettert hoofden, overal op aarde,
lijken stapelen zich op.
7 Hij drinkt onderweg uit de beek
en dan heft hij zijn hoofd.
index boek
vorige
volgende



Rinse Postuma (1953)
uit Ermelo
Directeur
Evangelie overal en in elke taal.
PERIKOOP PRINTEN