|
|

 
|
|
| |

Psalmen
122: 1-9
Psalmen

[122] 1 Een pelgrimslied van David.
Verheugd was ik toen ik hoorde: ‘Wij gaan naar het huis van de HEER,’ 2 verheugd ben ik, nu onze voeten staan binnen je poorten, Jeruzalem.
3 Jeruzalem, als een stad gebouwd, hecht en dicht opeen. 4 Daar komen de stammen samen, de stammen van de HEER,
om Israëls plicht te vervullen, te prijzen de naam van de HEER. 5 Daar zetelt het gerecht, daar troont het huis van David.
6 Vraag om vrede voor Jeruzalem: ‘Dat rust hebben wie van je houden, 7 dat vrede heerst binnen je muren en rust in je vesting.’
8 Om mijn verwanten en vrienden zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’ 9 Om het huis van de HEER, onze God, wens ik je al het goede.
|
|
|
 |


 |
|
Maria Holt-Butzelaar (1948)
uit Aerdenhout
Werkzaam in boekhandel
|
|
Ik ben lector in onze parochiegemeenschap in Aerdenhout.
|
|
|
|