|
|

 
|
|
| |

Psalmen
129: 1-8
Psalmen

[129] 1 Een pelgrimslied.
Dikwijls werd ik gekweld, van mijn jeugd af aan, – Israël, blijf het herhalen – 2 dikwijls werd ik gekweld, van mijn jeugd af aan, maar gebroken hebben ze mij niet.
3 Ze trokken hun ploeg over mijn rug en maakten lange voren, 4 maar de HEER die rechtvaardig is, sneed de riemen van de drijvers door.
5 Beschaamd deinzen terug allen die Sion haten, 6 ze zijn als gras op de daken dat verdort nog voor het bloeit:
7 de maaier vult er zijn hand niet mee noch de schovenbinder zijn armen, 8 en geen voorbijganger zegt: ‘Moge de HEER u zegenen.’
Wij zegenen u in de naam van de HEER.
|
|
|
 |


 |
|
Maria Holt-Butzelaar (1948)
uit Aerdenhout
Werkzaam in boekhandel
|
|
Ik ben lector in onze parochiegemeenschap in Aerdenhout.
|
|
|
|