|
|

 
|
|
| |

Psalmen
138: 1-8
Psalmen

[138] 1 Van David.
Ik wil u loven met heel mijn hart, voor u zingen onder het oog van de goden, 2 mij buigen naar uw heilige tempel, uw naam loven om uw liefde en trouw: grote dingen hebt u beloofd, tot eer van uw naam. 3 Toen ik u aanriep, hebt u geantwoord, mij bemoedigd en gesterkt.
4 Laten alle koningen op aarde u loven, HEER, zij hebben de beloften uit uw mond gehoord. 5 Laten zij de wegen van de HEER bezingen: ‘Groot is de majesteit van de HEER. 6 De HEER is hoogverheven! Naar de nederige ziet hij om, de hoogmoedige doorziet hij van verre.’
7 Al is mijn weg vol gevaren, u houdt mij in leven, u verdedigt mij tegen de woede van mijn vijanden, uw rechterhand brengt mij redding. 8 De HEER zal mij altijd beschermen. HEER, uw trouw duurt eeuwig, laat het werk van uw handen niet los.
|
|
|
 |


 |
|
Jan Wolsheimer (1970)
uit Zoetermeer
|
|
Geweldig initiatief.
|
|
|
|