|
|

 
|
|
| |

Psalmen
142: 1-8
Psalmen

[142] 1 Een kunstig lied van David, een gebed toen hij in de spelonk was.
2 Luid roep ik tot de HEER, luid smeek ik de HEER om hulp, 3 bij hem stort ik mijn hart uit, bij hem klaag ik mijn nood.
4 Ik ben ten einde raad, u kent de weg die ik moet volgen, u weet dat op mijn pad een strik verborgen ligt.
5 Ik kijk ter zijde en zie niemand die om mij geeft, nergens een toevlucht voor mij, niemand die hecht aan mijn leven.
6 Ik roep tot u, HEER: ‘U bent mijn schuilplaats, al wat ik heb in het land van de levenden.’
7 Hoor mijn noodkreet, ik ben uitgeput en moe, verlos mij van mijn vervolgers, zij zijn sterker dan ik.
8 Leid mij uit de beklemming, dat ik uw naam mag loven in de kring van de rechtvaardigen: u hebt naar mij omgezien.
|
|
|
 |


 |
|
Corrie Kalkhuis (1954)
uit Spijkenisse
Godsdienstdocent bij het IKOS
|
|
Omdat de Bijbel mijn lievelingsboek is.
|
|
|
|